Dominantie bij honden: waarom dit vaak een misverstand is
Bijna dagelijks hoor ik uitspraken als:
“Mijn hond is dominant, want hij gromt naar mij”
“Hij wil altijd als eerste naar buiten”
“Hij trekt aan de riem en loopt voorop”
Veel gedragingen van honden worden nog steeds toegeschreven aan dominantie. Maar klopt dat eigenlijk wel?
Het korte antwoord: meestal niet.
Waar komt het idee van dominantie vandaan?
Het idee dat honden constant bezig zijn met rangorde en ‘de baas willen zijn’, komt voort uit onderzoek uit de jaren ’70. Onder andere de zoöloog Rudolf Schenkel en bioloog David Mech observeerden wolven in gevangenschap.
Deze wolven leefden:
- niet in familieverband
- in kleine ruimtes
- met beperkte middelen
Het gevolg? Veel stress en agressie. Er ontstond een duidelijke hiërarchie, waarbij ‘alfa’s’ de controle hadden over voedsel en ruimte.
Destijds werd aangenomen dat dit gedrag één-op-één te vertalen was naar honden. En zo ontstond de dominantie-theorie.
Wat latere onderzoeken laten zien
Jaren later werden wolven in het wild bestudeerd. En daar zagen onderzoekers iets totaal anders:
- Wolven leven in hechte familiegroepen
- Er is zelden sprake van constante strijd of agressie
- Samenwerking staat centraal
Een roedel bestaat meestal uit een ouderpaar met hun jongen. De ‘alfa’s’ zijn simpelweg de ouders — niet leiders die hun positie moeten afdwingen.
Dit beeld staat haaks op het oude idee van dominantie.
Honden zijn geen wolven
Nog een belangrijk punt: honden zijn géén wolven.
Volgens gedragsbioloog John Bradshaw (bekend van het boek Dog Sense) zijn onze huishonden het resultaat van duizenden jaren evolutie en domesticatie.
Je kunt het vergelijken met het verschil tussen mensen en chimpansees: er is verwantschap, maar ook een enorm verschil in gedrag.
Daarnaast stammen honden waarschijnlijk af van wolven die inmiddels zijn uitgestorven. We kunnen dus niet eens met zekerheid zeggen dat hun gedrag overeenkomt met de wolven die vandaag de dag leven.
Waarom noemen we gedrag dan toch “dominant”?
Gedrag zoals:
- grommen
- trekken aan de riem
- niet luisteren
- opspringen of ‘rijden’
wordt vaak gezien als dominant gedrag. Maar in werkelijkheid heeft het meestal andere oorzaken, zoals:
- onzekerheid of angst
- stress of overprikkeling
- frustratie
- gebrek aan duidelijke communicatie
- onvoldoende training of begeleiding
Door gedrag als dominantie te bestempelen, missen we de échte oorzaak — en dus ook de juiste oplossing.
Het gevaar van de dominantie-theorie
Helaas zijn er nog steeds trainers die werken vanuit het zogenaamde “pack leader”-principe. Dit zie je bijvoorbeeld vaak terug in televisieprogramma’s zoals op Discovery Channel.
Deze aanpak kan leiden tot:
- onderdrukking van gedrag
- verhoogde stress bij de hond
- een verslechterde band tussen hond en eigenaar
Honden die ‘gecorrigeerd’ worden vanuit dominantie denken vaak niet: “ik moet mijn rang aanpassen”, maar eerder: “ik voel me onveilig”.
Wat heeft je hond wél nodig?
In plaats van te denken in dominantie, is het veel effectiever om te kijken naar:
- lichaamstaal
- stresssignalen
- emoties en behoeften
Wanneer je begrijpt waarom je hond bepaald gedrag vertoont, kun je hem écht helpen. Dat zorgt voor:
- meer rust
- betere communicatie
- een sterkere band
Tot slot
Honden zijn ongelooflijk vergevingsgezind en passen zich vaak aan ons aan — zelfs als wij hen niet altijd goed begrijpen.
Misschien ligt de sleutel dus niet in ‘de baas zijn’, maar in beter leren luisteren.
Wil je je hond beter begrijpen?
Wil je meer inzicht krijgen in het gedrag van jouw hond? Tijdens een les over lichaamstaal leer je precies waar je op moet letten en hoe je je hond beter kunt begeleiden.
Neem gerust contact met me op — ik help je graag verder.


