Blogs over

Ingrid de Jong

Een angstige hond helpen vraagt veel geduld, begrip en rust van jou als eigenaar. Soms is duidelijk waar de angst vandaan komt, bijvoorbeeld door een traumatisch verleden of een slechte socialisatie. Maar vaak is de oorzaak minder zichtbaar. Door goed te kijken naar het gedrag van je hond kun je ontdekken waar zijn onzekerheid vandaan komt en hoe je hem duurzaam kunt helpen.

Veel angstige honden missen controle en voorspelbaarheid in hun dagelijks leven. Hoe minder invloed een hond ervaart op zijn omgeving, hoe groter de kans dat hij spanning of angst ontwikkelt. Daarom helpt het enorm wanneer een hond weer wat meer keuzevrijheid krijgt.

Waarom hebben angstige honden behoefte aan controle?

In het dagelijks leven bepalen wij als eigenaar bijna alles voor onze hond:

  • Hoe laat hij wordt uitgelaten
  • Waar jullie wandelen
  • Hoe lang er wordt gesnuffeld
  • Wanneer hij eten krijgt
  • Wat hij eet
  • Wanneer er gespeeld wordt
  • Wie hem mag aanraken of aaien

Als je jezelf afvraagt: “Wat mag mijn hond eigenlijk zelf beslissen?” dan blijft er vaak weinig over. Juist daar ligt een belangrijke sleutel om een angstige hond te helpen.

Door je hond meer keuzes te geven, ontstaat meer voorspelbaarheid en controle. Dat zorgt vaak voor meer ontspanning, zelfvertrouwen en rust.

Wordt mijn hond dominant als hij keuzes krijgt?

Nee, absoluut niet. Het idee dat honden dominant worden wanneer ze meer vrijheid krijgen, is gebaseerd op verouderde theorieën. Moderne gedragswetenschap laat juist zien dat keuzevrijheid stress kan verminderen en het welzijn van honden vergroot. Zie ook mijn blog: https://kynomere.nl/gedrag/dominantie-bij-honden/

Wat kun je doen om een angstige hond te helpen?

1. Maak snuffelwandelingen

Een snuffelwandeling is één van de beste manieren om een angstige hond meer zelfvertrouwen te geven.

Tijdens een snuffelwandeling laat je jouw hond bepalen:

  • waar hij wil lopen
  • hoe lang hij ergens wil snuffelen
  • welk tempo prettig voelt

Jij volgt je hond in plaats van andersom. Door uitgebreid te snuffelen onderzoekt een hond zijn omgeving op een veilige manier. Dat helpt angstige honden om zich zekerder en rustiger te voelen.

2. Zorg voor een voorspelbaar dagritme

Een vaste routine geeft veel honden rust. Zeker angstige honden hebben baat bij voorspelbaarheid.

Probeer daarom zoveel mogelijk vaste momenten aan te houden voor:

  • wandelen
  • eten
  • rust
  • spelen
  • slapen

Wanneer een hond weet wat er gaat gebeuren, vermindert dat spanning en onzekerheid.

3. Stop met corrigeren en straffen

Veel angstige honden worden nog onzekerder van boos worden, roepen of corrigeren. Vaak begrijpt een hond niet precies waarom hij straf krijgt.

Focus daarom liever op gedrag dat je wél wilt zien. Vraag jezelf af:

  • Waarom doet mijn hond dit?
  • Wat probeert hij duidelijk te maken?
  • Welke behoefte zit hierachter?

Door ongewenst gedrag beter te begrijpen, kun je jouw hond op een rustigere en veiligere manier begeleiden.

4. Geef je hond keuzes

Keuzevrijheid kan heel waardevol zijn voor honden.

Laat je hond bijvoorbeeld kiezen:

  • welke route jullie wandelen
  • welke kluif hij wil
  • waar hij wil rusten
  • of hij contact wil met mensen of andere honden (5 seconden regel)

Je kunt meerdere kluiven neerleggen en kijken waar jouw hond die dag behoefte aan heeft. Veel honden vinden het fijn om zelf iets te mogen kiezen.

Hulp voor jouw angstige hond

Iedere hond is anders. Daarom is het belangrijk om te kijken naar de oorzaak van de angst én naar wat jouw hond nodig heeft om zich veilig te voelen.

Wil je weten hoe je jouw angstige hond specifiek kunt helpen? Neem dan gerust contact met mij op voor persoonlijke begeleiding https://kynomere.nl/contact/

Dierenartstraining voor honden – minder stress, meer vertrouwen 🐶

Is jouw hond angstig, gestrest of nerveus bij de dierenarts?
Veel honden ervaren een dierenartsbezoek als spannend of zelfs beangstigend. Dat kan leiden tot stress, verzet of angstagressie.

Als paraveterinair en hondengedragscoach help ik jou en je hond met dierenartstraining, zodat jouw hond leert wat hij kan verwachten en zich veiliger voelt tijdens onderzoeken en behandelingen.

Door handelingen zoals aanraken, kijken in oren en bek, prikjes en andere medische controles rustig thuis te oefenen, ontstaat voorspelbaarheid en vertrouwen. Hierdoor neemt stress af en wordt een bezoek aan de dierenarts een stuk prettiger — voor hond én eigenaar.

👉 Dierenartstraining voor honden is geschikt voor pups, volwassen honden én honden die al moeite hebben met de dierenarts.

Gun jouw hond een ontspannen dierenartsbezoek.

Dominantie bij honden: waarom dit vaak een misverstand is

Bijna dagelijks hoor ik uitspraken als:
“Mijn hond is dominant, want hij gromt naar mij”
“Hij wil altijd als eerste naar buiten”
“Hij trekt aan de riem en loopt voorop”

Veel gedragingen van honden worden nog steeds toegeschreven aan dominantie. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Het korte antwoord: meestal niet.


Waar komt het idee van dominantie vandaan?

Het idee dat honden constant bezig zijn met rangorde en ‘de baas willen zijn’, komt voort uit onderzoek uit de jaren ’70. Onder andere de zoöloog Rudolf Schenkel en bioloog David Mech observeerden wolven in gevangenschap.

Deze wolven leefden:

  • niet in familieverband
  • in kleine ruimtes
  • met beperkte middelen

Het gevolg? Veel stress en agressie. Er ontstond een duidelijke hiërarchie, waarbij ‘alfa’s’ de controle hadden over voedsel en ruimte.

Destijds werd aangenomen dat dit gedrag één-op-één te vertalen was naar honden. En zo ontstond de dominantie-theorie.


Wat latere onderzoeken laten zien

Jaren later werden wolven in het wild bestudeerd. En daar zagen onderzoekers iets totaal anders:

  • Wolven leven in hechte familiegroepen
  • Er is zelden sprake van constante strijd of agressie
  • Samenwerking staat centraal

Een roedel bestaat meestal uit een ouderpaar met hun jongen. De ‘alfa’s’ zijn simpelweg de ouders — niet leiders die hun positie moeten afdwingen.

Dit beeld staat haaks op het oude idee van dominantie.


Honden zijn geen wolven

Nog een belangrijk punt: honden zijn géén wolven.

Volgens gedragsbioloog John Bradshaw (bekend van het boek Dog Sense) zijn onze huishonden het resultaat van duizenden jaren evolutie en domesticatie.

Je kunt het vergelijken met het verschil tussen mensen en chimpansees: er is verwantschap, maar ook een enorm verschil in gedrag.

Daarnaast stammen honden waarschijnlijk af van wolven die inmiddels zijn uitgestorven. We kunnen dus niet eens met zekerheid zeggen dat hun gedrag overeenkomt met de wolven die vandaag de dag leven.


Waarom noemen we gedrag dan toch “dominant”?

Gedrag zoals:

  • grommen
  • trekken aan de riem
  • niet luisteren
  • opspringen of ‘rijden’

wordt vaak gezien als dominant gedrag. Maar in werkelijkheid heeft het meestal andere oorzaken, zoals:

  • onzekerheid of angst
  • stress of overprikkeling
  • frustratie
  • gebrek aan duidelijke communicatie
  • onvoldoende training of begeleiding

Door gedrag als dominantie te bestempelen, missen we de échte oorzaak — en dus ook de juiste oplossing.


Het gevaar van de dominantie-theorie

Helaas zijn er nog steeds trainers die werken vanuit het zogenaamde “pack leader”-principe. Dit zie je bijvoorbeeld vaak terug in televisieprogramma’s zoals op Discovery Channel.

Deze aanpak kan leiden tot:

  • onderdrukking van gedrag
  • verhoogde stress bij de hond
  • een verslechterde band tussen hond en eigenaar

Honden die ‘gecorrigeerd’ worden vanuit dominantie denken vaak niet: “ik moet mijn rang aanpassen”, maar eerder: “ik voel me onveilig”.


Wat heeft je hond wél nodig?

In plaats van te denken in dominantie, is het veel effectiever om te kijken naar:

  • lichaamstaal
  • stresssignalen
  • emoties en behoeften

Wanneer je begrijpt waarom je hond bepaald gedrag vertoont, kun je hem écht helpen. Dat zorgt voor:

  • meer rust
  • betere communicatie
  • een sterkere band

Tot slot

Honden zijn ongelooflijk vergevingsgezind en passen zich vaak aan ons aan — zelfs als wij hen niet altijd goed begrijpen.

Misschien ligt de sleutel dus niet in ‘de baas zijn’, maar in beter leren luisteren.


Wil je je hond beter begrijpen?

Wil je meer inzicht krijgen in het gedrag van jouw hond? Tijdens een les over lichaamstaal leer je precies waar je op moet letten en hoe je je hond beter kunt begeleiden.

Neem gerust contact met me op — ik help je graag verder.

 

Waarom de slipketting steeds meer onder vuur ligt

Zo’n 20 à 30 jaar geleden was het de normaalste zaak van de wereld: kreeg je een hond, dan kreeg je het advies om een slipketting te gebruiken. Op hondenscholen werd geleerd dat een correctie – een ruk aan de lijn – dé manier was om ongewenst gedrag zoals trekken af te leren. Veel baasjes namen dit zonder twijfel aan, simpelweg omdat het zo werd aangeleerd.

Maar tijden veranderen. Steeds meer inzichten in hondengedrag laten zien dat deze methode niet alleen achterhaald is, maar ook nadelig kan zijn voor het welzijn van je hond. Sterker nog: in sommige gevallen en landen wordt het gebruik van slipkettingen inmiddels zelfs afgeraden of verboden (óók in Nederland).

De mythe van de moederhond

Vroeger werd vaak gezegd dat een slipketting het gedrag van een moederhond nabootst, die haar pups zogenaamd corrigeert door ze in de nek te grijpen. Inmiddels weten we dat dit niet klopt.

Een moederhond gebruikt zelden fysieke correcties. Als pups over de grens gaan, corrigeert ze meestal met subtiele signalen zoals lichaamstaal, een blik of een zachte grom. Alleen bij gevaar pakt ze haar pups voorzichtig op om ze te verplaatsen – zonder pijn, zonder agressie.

Het idee dat pijn of intimidatie een “natuurlijke” opvoedmethode is, blijkt dus een misvatting.

Werkt een slipketting dan niet?

Eerlijk is eerlijk: ja, een slipketting kán werken. Maar dat betekent niet dat het de juiste manier is.

Een hond kan stoppen met trekken omdat hij pijn of schrik wil vermijden. Maar wat leert hij dan echt? Niet dat netjes meelopen gewenst gedrag is, maar dat trekken onaangename gevolgen heeft.

Bovendien zie je in de praktijk vaak dat:

  • de lijn continu strak staat
  • de hond constant druk op zijn nek ervaart
  • de correctie niet op het juiste moment wordt gegeven

In die gevallen werkt het niet alleen slecht, maar kan het zelfs averechts uitpakken.

De fysieke en mentale nadelen

Een slipketting brengt verschillende risico’s met zich mee:

Fysieke gevolgen

  • Druk op de luchtpijp
  • Mogelijke schade aan nekwervels
  • Pijn of ongemak
  • Haar dat vast komt te zitten tussen de schakels

Mentale gevolgen (vaak onderschat)

Misschien nog belangrijker zijn de mentale effecten. Honden leren namelijk via associaties. Dit heet klassieke conditionering.

Stel: jouw hond ziet een andere hond en wordt enthousiast. Op dat moment krijgt hij een ruk aan de slipketting. De kans is groot dat hij de pijn niet koppelt aan het trekken, maar aan de andere hond.

Gevolg:

  • Andere honden worden een voorspeller van pijn
  • Enthousiasme kan omslaan in frustratie of agressie
  • Onzekerheid en stress nemen toe

Dit is precies waarom sommige honden juist gaan uitvallen aan de lijn.

Waarom positieve training beter werkt

Gelukkig kan het ook anders – en beter.

In plaats van gedrag te onderdrukken met correcties, kun je je hond leren wat je wél van hem verwacht. Door gewenst gedrag te belonen (bijvoorbeeld met aandacht, voer of spel), leert je hond dat het fijn is om bij je te blijven.

Voordelen hiervan:

  • Je hond werkt graag met je samen
  • Er ontstaat vertrouwen in plaats van angst
  • Gedrag wordt stabieler en betrouwbaarder
  • Jullie band wordt sterker

Dus… wel of geen slipketting?

De vraag is uiteindelijk niet alleen: “Werkt het?”
Maar vooral: “Wil je dit als methode gebruiken?”

Wil je dat je hond naast je loopt omdat hij pijn wil vermijden?
Of omdat hij zich veilig voelt en graag bij je is?

Hulp nodig bij het trainen van je hond?

Loop je tegen problemen aan zoals trekken aan de lijn of uitvalgedrag? Dan kan professionele begeleiding een wereld van verschil maken.

Een goede kynologisch instructeur of gedragscoach helpt je om:

  • je hond beter te begrijpen
  • effectief en diervriendelijk te trainen
  • blijvend resultaat te bereiken zonder dwang

Zo werk je samen aan een ontspannen wandeling – voor zowel jou als je hond.


Kort samengevat:
Een slipketting kan misschien resultaat geven, maar brengt risico’s met zich mee voor zowel de fysieke als mentale gezondheid van je hond. Moderne, positieve trainingsmethodes zijn effectiever, vriendelijker en zorgen voor een sterkere band tussen jou en je hond.

En dat is uiteindelijk waar het echt om draait.

Wil jij hulp omdat je hond aan de lijn trekt? Stuur me dan een berichtje en dan gaan we samen aan de slag om jouw hond te leren dat wandelen aan een slappe lijn veel leuker is. Jij blij en je hond blij!

 

Waar de één niet kan wachten tot het zover is, moet de ander er nog even niet aan denken… de feestdagen! Voor je het weet staan ze weer voor de deur. Gezelligheid, lekker eten, familie, vrienden en… chocolade!

Voor ons is het puur genieten, maar wist je dat chocolade voor honden levensgevaarlijk kan zijn?

Waarom is chocolade gevaarlijk voor honden?

Chocolade bevat een stof genaamd theobromine. Mensen kunnen deze stof zonder problemen afbreken, maar honden hebben hier veel moeite mee. Hierdoor kan theobromine zich ophopen in het lichaam van je hond en leiden tot vergiftiging.

Hoe gevaarlijk is chocolade voor jouw hond?

De ernst van een chocoladevergiftiging hangt af van meerdere factoren:

  • Het type chocolade: hoe puurder de chocolade, hoe meer theobromine (pure chocolade is dus het gevaarlijkst)
  • De hoeveelheid: hoe meer je hond heeft gegeten, hoe groter het risico
  • Het gewicht van je hond: kleine honden lopen sneller gevaar dan grote honden

Zelfs een kleine hoeveelheid pure chocolade kan al schadelijk zijn voor een kleine hond.

Symptomen van chocoladevergiftiging

Let op de volgende signalen als je hond chocolade heeft gegeten:

  • Onrust of hyperactiviteit
  • Braken en diarree
  • Versnelde hartslag
  • Trillen of spierkrampen
  • In ernstige gevallen: epileptische aanvallen

Wat moet je doen als je hond chocolade heeft gegeten?

Heeft je hond chocolade te pakken gekregen? Wacht dan niet af.

  • Neem direct contact op met je dierenarts of een spoedkliniek
  • Zij kunnen berekenen of de hoeveelheid gevaarlijk is
  • In sommige gevallen moet je hond laten braken

Belangrijk: Snel handelen is cruciaal. Binnen 2 uur ingrijpen kan het verschil maken!

Voorkom problemen tijdens de feestdagen

Tijdens de feestdagen ligt chocolade vaak binnen handbereik. Zorg daarom dat:

  • Chocolade buiten bereik van je hond ligt
  • Gasten weten dat ze geen chocolade mogen geven
  • Je alert bent op wat je hond eet

Conclusie

Chocolade en honden gaan simpelweg niet samen. Door de stof theobromine kan zelfs een kleine hoeveelheid al gevaarlijk zijn. Twijfel je? Neem altijd contact op met je dierenarts. Liever één keer te veel gebeld dan te laat gehandeld.

Zo blijven de feestdagen veilig én gezellig voor iedereen – ook voor je viervoeter 🐾

Geregeld hoor ik van eigenaren dat ze hun hond bestraffen als hij gromt. “Hij mag dat niet”, dat klinkt toch logisch? Niemand wil dat zijn hond naar hem of haar gromt. Dit kan bijvoorbeeld zijn als hij een botje heeft terwijl hij in zijn mand ligt en hij wordt benaderd of wanneer hij op de bank ligt en hij wordt eraf gestuurd. Maar ook tussen honden onderling kan er worden gegromd omdat de één iets heeft terwijl de ander in de buurt is of wil komen.

Grommen is een vorm van (normale) communicatie, net zoals wij zouden zeggen “tot hier en niet verder want anders….” en dan weet je vaak wel genoeg. De meeste mensen respecteren dat. Toch zien veel eigenaren het anders wanneer hun hond naar hun gromt. Dit wordt niet toegestaan, meestal uit angst dat hun hond vals is of wordt en misschien wel gaat bijten dus bestraffen ze het grommen.

En het gevaar is dat dat juist precies hetgeen is dat je dan (mogelijk) in de hand werkt…

Natuurlijk kan het even schrikken zijn als je hond ineens naar je gromt, maar het is in de meeste gevallen helemaal geen voorteken dat je hond vals is of wordt, mits je je hond niet er niet voor bestraft maar gaat kijken wat je hond te zeggen heeft zodat je dat samen kunt oplossen.

Wanneer een hond door te grommen zegt “tot hier en niet verder want anders…” dan kan het zo zijn dan als jij niets verandert aan de situatie die je hond niet prettig of zelfs bedreigend vindt, dat hij uitvalt of zelfs bijt.

Wanneer je je hond gaat bestraft door te zeggen dat hij niet mag grommen (met andere woorden: hij mag dus geen waarschuwing geven) dan bestaat de kans dat hij de volgende keer inderdaad geen waarschuwing meer geeft maar direct uitvalt of bijt.

Wanneer mijn hond gromt zie ik dat als een teken van communicatie (en een duidelijk punt!) en ga ik kijken hoe we het kunnen oplossen zodat het voor mijn hond en mijzelf geen discussies meer oplevert.

Meestal heeft het te maken met iets dat voor je hond belangrijk is om over te discussiëren zoals een belangrijke resource (zelfbescherming, voer, een lekkere ligplek, speeltjes of een persoon bijvoorbeeld). Dit heeft overigens niets met dominantie te maken (zie mijn blog “help mijn hond is dominant, of toch niet?”).

Betekent dit dat je hond dan alles maar mag doen? Nee zeker niet, je kunt je hond begrenzen maar dit kun je ook doen zonder correcties, dwang of intimidatie te gebruiken. Voor nu is belangrijk om je te realiseren welk risico je loopt door je hond te bestraffen wanneer hij naar je gromt. Er zijn betere opties, zowel voor jou als voor je hond.

Neem dan contact met mij op voor een gedragsconsult, dan gaan we samen kijken wat er aan de hand is, wat je hond je wil vertellen en hoe jullie dit samen kunnen oplossen.

Alhoewel ik heel blij ben dat Yuna het buiten zo naar haar zin heeft is ze inmiddels ontpopt tot een soort ongeleid projectiel, een geurzoekende raket waar ik als een soort blaadje achteraan fladder.

Ik kan me voorstellen dat er wellicht heel wat mensen gniffelen als ze mij langs zien stormen. Yuna die op 8 meter voor mij uitloopt, trekkend aan de lijn, uiteraard niet let op lantaarnpalen, bomen of andere obstakels waardoor ik mijn riem constant moet wisselen of mij moet wagen tussen de poep in ’t gras om zelf om de lantaarnpaal heen te lopen en ja zelfs een boom knuffelen (de riem om de boom heen pakken in mijn andere hand) komt geregeld voor. Tel daar Puk bij op, die het tempo niet zo hoog heeft zitten, af en toe ook eens wil snuffelen of wanneer er een autolicht op haar schijnt helemaal niet meer wil mee wil lopen en je hebt een lollig tafereeltje. Eén hond aan het eind van mijn 8 meter lijn rechts, ik in ’t midden met de armen gestrekt en met een beetje pech, Puk aan de andere kant die naar huis wil op het eind van haar 8 meter lijn. MEIDEN SERIEUS?!!

Vanmorgen was Yuna ook weer in hyper modus en op de terugweg nadat we 45 minuten hadden gelopen, gerend en gesnuffeld (zij dan, niet ik) besloot ze dat het nog niet genoeg was en op 8 meter afstand nam ze een paar hapjes uit het beginstuk van haar riem dus ik liep snel naar haar toe met het verzoek dat toch maar liever niet te doen. We liepen door en ze nam een spurt tot aan het eind van de riem en …… “knap” zei de riem �� Yuna liep los…

Van buiten zag ik er heel relaxt uit maar zei met een dichtgeknepen piepstemmetje “heeey Yuna, kijk eens meisje, koekjes!” (en vervolgens strooide ik handenvol koekjes over de straat). Uiteraard kwam er net op dat moment ook nog een meneer aan in de verte met 4 kleine hondjes aan de riem en dus moest ik (om niet nog meer chaos te veroorzaken) zorgen dat Yuna een steegje in ging en Puk met mij mee zou lopen. Gelukkig is Puk erg voergevoelig dus dat was geen probleem. Yuna hobbelde wat heen en weer al druk snuffelend maar ging wel steeds verder bij mij vandaan. Mijn hart klopte als een gek in mijn keel. Als ze erachter zou komen dat ze los was dan zou ze ECHT niet meer bij me in de buurt komen, ze zou haar neus achterna gaan tot ze ergens van zou schrikken en er dan in paniek vandoor gaan. Ik moest er niet aan denken.

Ik strooide nog wat meer voer en ze trapte er in, ik liep rustig als strooiend en pratend haar kant op en ik kon haar pakken, pfieuw!!! Ik pakte de riem van Puk en lijnde haar aan. In die paar hapjes had ze haar riem blijkbaar toch zo zwak gemaakt dat deze makkelijk kon knappen. Weer een goede les voor mij.

De reden dat ik haar aan een 8 meter flexlijn heb zitten is om haar zoveel mogelijk ruimte te geven om te exploreren. Ze heeft enorm veel energie en zelfs die 8 meter is niet genoeg als ze een sprintje wil trekken. Ik heb het wel met een vaste lijn geprobeerd maar omdat ze zo hysterisch van voor naar achteren en van links naar rechts schiet is dat niet te doen. Zeker niet als ik Puk ook nog aan de lijn heb. Het wordt een wirwar aan lijnen boel. En natuurlijk ga ik Yuna straks aanleren om netjes aan een slappe lijn mee te lopen maar dat heeft op dit moment nog geen nut omdat ze nog met alles bezig is behalve met mij, de wereld is nog veel te interessant.

Dus…. we gaan wat aan de lijnen kwestie doen, voorlopig dan toch weer een aan vaste lijn. Helaas, minder ren-snuffel en speelruimte maar het is niet anders, veiligheid staat voorop. Overigens voor mijn conditie heel erg goed, niks geen relaxte wandeling, hoppaa gaan met die banaan! Wordt vervolgd!

Ik ben deze blog gaan schrijven op aanraden van de mensen om mij heen die mijn artikelen op facebook volgden over mijn belevenissen met Wolfie, Yuna en Puk. Zij gaven aan dat nieuwe eigenaren van een hond uit het buitenland er veel aan zouden kunnen hebben om dit te lezen. Niet alleen als herkenning en erkenning hoe zwaar het traject met een getraumatiseerde hond kan zijn maar ook hoe dankbaar de weg uiteindelijk kan zijn.

Hoe het allemaal begon…

In 2016 kregen wij onze eerste hond uit het buitenland. Zijn naam was Wolfie en hij kwam uit Roemenië. Hoe oud hij precies was weten we niet maar in ieder geval ruim volwassen (zijn leeftijd werd geschat op 7 jaar). We waren al een tijdje op zoek naar een hond en aangezien ik zelf een zwak heb voor honden van het oertype viel mijn oog direct op Wolfie toen hij op een filmpje van een stichting voorbij kwam.

Diezelfde week kwam hij naar Nederland en sloten wij hem in onze armen. Zijn adoptie was een traject met pieken en dalen met name omdat hij op straat was gevangen door hondenvangers. In Roemenië worden honden van straat gevangen met een vangstok (dat is zo’n lange stok met aan het eind een lus van touw die ze om de nek van een hond kunnen leggen en die zich daarna vastsnoert zodat de hond niet kan ontsnappen). Dit gaat er op een allerminst  zachtzinnige manier aan toe en vele dieren houden hier dan ook een trauma aan over, zo ook Wolfie.

De eerste periode mochten we hem dan ook niet aanraken in het gebied van zijn nek en een halsband was al zeker uit den boze dus koos ik voor een tuig wat hij ook niet bepaald comfortabel vond zitten (veel schudden) maar daar raakte hij in ieder geval niet van in paniek.

Het feit dat hij op straat had geleefd zorgde er wel voor dat hij zich op straat veilig voelde, hij was direct zindelijk en liep eigenlijk vanaf dag één al direct een rondje met mij mee buiten, zowel in de wijk als in het bos. Binnen was een ander verhaal. Daar vond hij het ontzettend spannend. Je zag dit direct doordat zijn houding en staart verlaagde ten opzichte van buiten. Als hij buiten liep dan had hij zo’n mooie krulstaart op zijn rug, stonden zijn oortjes naar voren en zag je een blij koppie.

Zodra we binnenkwamen zakte zijn staart naar beneden en gingen zijn oortjes naar achteren. Dat is altijd zo gebleven. Hij kon uiteindelijk wel binnen heel blij zijn maar bij aanraking gingen zijn oortjes toch altijd plat. Zijn leven voor ons had iets stukgemaakt dat niet meer zou helen.

Het eerste half jaar

Het eerste half jaar vond ik heel erg zwaar. Hij voelde zich binnen niet veilig, in de tuin eigenlijk ook niet echt, vermoedelijk omdat hij bij beiden niet kon vluchten wanneer hij dit wilde. Hij was wel enorm op mij gericht en vond het daarom moeilijk om alleen achter te blijven.

Van tevoren had ik bedacht dat ik Wolfie “gewoon” mee zou nemen naar school als ik de kinderen ging brengen aangezien de school naast het bos ligt waar ik toch altijd al graag wandelde en nu kon ik beide combineren. Hetzelfde met het ophalen van de jongens, dan zou ik lekker bijtijds gaan zodat ik eerst een rondje kon wandelen in het bos en daarna de jongens weer uit school kon halen. Ik kwam van een koude kermis thuis want door zijn verleden had hij extreme angst voor auto’s (met name bestelbusjes), hij wilde niet eens meer in de buurt van onze auto komen.

Met de auto kunnen reizen stond dus hoog op mijn prioriteitenlijstje maar hoe moest ik dat in hemelsnaam doen op dat moment want de kinderen moesten toch gewoon naar school gebracht en gehaald worden en hij kon nog niet alleen zijn???

Daarnaast wilde ik koste wat het kost voorkomen dat hij verlatingsangst zou ontwikkelen aangezien dat één van de meest moeilijke problemen is om weer op te lossen. Ik bedacht dus tijdelijke oplossingen om te zorgen dat hij niet zou merken dat ik weg was, het ging tenslotte maar om hooguit een minuut of 20-30 voordat ik terug zou zijn. Hij koppelde het weggaan echt aan de voordeur dus wat ik dan deed was via de garage weggaan aangezien wij van binnenuit de garage in kunnen lopen en dat toch wel een aantal keren per dag deden omdat de wasmachine en de vriezer daar stonden. Hij reageerde er ook niet op als ik daar naartoe ging of terugkwam, dan bleef hij gewoon slapen. Ik gaf hem dus een kluif en ging met de kids zo zachtjes mogelijk weg en was opgelucht als hij nog gewoon lag te kluiven toen ik terugkwam. Ik heb wat gekke dingen gedaan als ik eraan terugdenk. De stofzuiger aan laten staan in het washok of boven (niet aan te raden i.v.m. de brandveiligheid, maar ik was destijds nogal radeloos) of de tuindeur op een kiertje laten staan alsof ik in de tuin was om vervolgens gauw via de achterzijde te vertrekken. Ik wrong me in allerlei bochten om hem maar om de tuin te leiden zodat hij niet zou merken dat ik weg was en ik hem ondertussen op een rustige manier het autorijden aan kon leren en hij niet ondertussen verlatingsangst zou ontwikkelen. Achteraf gezien is dat mij op deze manier toch goed gelukt maar het heeft wat zweetdruppeltjes gekost.

Het opnieuw aanleren van de auto hebben we in hele kleine stapjes aangepakt maar het is uiteindelijk gelukt! De auto werd voor hem een FANTASTISCHE voermachine haha!

En daarna…

Nadat hij groot fan was geworden van onze auto kon hij ook mee de kinderen naar school brengen en halen wat we dan combineerden met het bos. Bij school kon ik gemakkelijk op grote afstand blijven staan aan de rand van het bos, zodat Wolfie op afstand de menigte van mensen kon bekijken zonder dat iemand zich met hem bemoeide. Er vroegen weleens kinderen of zij hem mochten aaien maar dan legde ik uit dat hij een zwerfhond was geweest en mensen soms een beetje spannend vond (wat hij bij kinderen eigenlijk nooit had maar veiligheid voor alles) maar ze mochten wel een koekje voor hem neergooien dus het zien van de kinderen vond hij vanaf dag 1 eigenlijk altijd een feestje.

Andere honden was soms nog wel een dingetje. Aangezien hij met ongeveer 2000 andere honden op een enorm veld had geleefd (overleefd is een beter woord) waren andere honden niet altijd zijn vrienden. Het duurde dan ook niet lang voordat ik precies de type honden eruit kon vissen waarvan ik wist dat hij er geen problemen mee zou hebben en voor welke we even om moesten lopen. Elke aanvaring zou zorgen voor onnodige vulling van zijn stressemmer wat uiteindelijk weer kon zorgen voor explosief gedrag. Dat was het voor hem niet waard, niet voor mij en ook niet voor de andere hond. Ik liep dus meestal met een grote boog om, ging de andere kant op of leidde hem af door voertjes in het gras te strooien. Toch kreeg ik daar soms opmerkingen over van andere eigenaren, dat ik mijn hond niet moest belonen voor zijn angst, dat hij het zo nooit ging leren en dat hun hond ECHT niets deed dus dat ik er wel gewoon langs kon lopen. Gelukkig heb ik hier nooit naar geluisterd en mijn eigen plan getrokken want ik wist gelukkig wel beter.

Wolfie heeft uiteindelijk een fantastisch leven bij ons gehad als je bedenkt waar hij vandaan is gekomen. Hij ging bijna overal mee naartoe, mee naar het bos, het strand, de school van de jongens, hij liep zelfs mee met de avond 4 daagse waar veel kinderen heb kende. Omdat hij zo’n rust uitstraalde waren kinderen en volwassenen die normaal angstig waren voor hond, toch niet bang voor hem. Hij blafte niet, hij sprong niet op maar benaderde mensen heel rustig en iedereen had het altijd over die blik in zijn ogen…

Ik hield rekening met de zaken waar hij moeite mee had en hij kreeg vooral onvoorwaardelijk veel liefde van ons. Hij was mijn maatje, mijn spiegel en de grote hondenliefde van mijn leven.

In maart 2020 is hij overleden aan een tumor bij zijn hart, ik zal mijn maatje voor altijd missen…